MIJN VERHALEN

FRANKRIJK

INHOUD

VAN 18 OKTOBER TOT 1 NOVEMBER 2002

BOURGOGNE

Deze eerste etappe was een serieus stukje rijden. 656 kilometer op een goede 7 uur. Meestal rot en slecht weer. Opspattend water maakt een dichte mist waardoor enig defensief rijden aangeraden was. Vanmorgen lekker ontbijt in Berchem (wees gerust, we hebben ons niet van weg vergist) in Luxemburg.

Voor het middagmaal de autostrade verlaten en de richting Dijon ingeslagen (je weet wel...de ‘moutarde’).

De lunch genomen in een klein wegrestaurantje (de vroeger befaamde 'Routiers'). Een eenvoudige dagschotel met heerlijke streekgerechten aan 'un prix dérisoire'. Het vierjarig dochtertje, Alicia, van de uitbaters onderhield zich op een volleerde manier met haar gasten. Tussendoor poseerde ze graag voor haar gelegenheidsfotograaf.

Na deze maaltijd bestaande uit een fris tomatenslaatje, civet van haas, kaas en de zoete, streekgebonden, lekkernijen konden we met voldaan gemoed opnieuw de A31, richting Macon opbollen. De regen bleef ons niet gespaard, uitgezonderd een 30 tal minuten een stralende hemel met vóór, rechts, achter en links, prachtige ‘flarden regenboog’.

In de gutsende regen aangekomen in Sermoyer waar Mevrouw Durand-Pont van 'Le Clos du Chatelet' ons met een gastvrije paraplu stond op te wachten. Eens onze spullen naar de kamer gebracht konden we rustig uit pakken even uitblazen (enfin ja) en werden we verwacht voor het aperitief, een Kir, genaamd naar Monsieur Kir, ongeveer honderdvijftig jaar geleden de burgemeester van de stad Dijon (een Kir is een aperitief op basis van een bessensiroop met droge, witte landwijn). Dit elegante landhuis behoorde eertijds toe aan een Belgische gravin le Grelle. Alles getuigt hier van verre, vervlogen tijden. Oude prenten uit Egypte, kunstboeken over Praag, tijdschriften over 'Savoir Vivre'.

Een gastvrouw vertelt honderduit over haar leven, haar verleden en haar toekomst. Een uitstekend souper 'du Terroir' (quiche van Bourgondische wijngaardslakken, geserveerd met een slaatje overgoten met pistachenotenolie, kip van het erf met kruidige roomsaus, en in de pan gebakken stukjes aardappel geserveerd en een kastanje gratin, een geitenkaasje zwemmend in een badje van notenolie, een overheerlijke 'sjokkomoes' en een winterpeer (in Bourgondische, rode wijn gestoofd) sluit deze prachtige avond af (zie foto 2 in bijlage). Het is duidelijk wat met de ‘Bourgondische’ keuken en levenswijze wordt bedoeld.

Sorry, maar ergens is er een stemmetje (Denise) die mij roept 'Eneufiseneuf'.

 

AVEYRON

Gisteren zaterdag geen verslag gemaakt en dit om wel twee redenen. Primo, ons fysisch uithoudingsvermogen werd relatief op de proef gesteld (450 kilometer waarvan méér dan 300 langs kleine D-wegen (Routes Départementales). En secundo, diep in de bergen van deze onherbergzame streek was er geen overvloed aan GSM masten, met alle nefaste gevolgen. De donkere, met bomen omzoomde bergflanken van de Auvergne en da Aveyron waren nooit ver weg. Godzijdank werden we gespaard van enige regen, mist en ander ontij. Reeds bij ons vertrek uit Bourgondië werden we reeds vergezeld van een mooi, al was het maar een waterzonnetje. Lage slagschaduwen gaven ons de kans volop van het glooiende landschap te genieten.

Een stop voor de lunchpauze in 'Terrenoire' een voorstad van 'Saint Etienne' leverde weinig op. Alles, maar dan ook alles dat enigszins kon sluiten, sloot dan ook om 13:00 uur. Toch nog maar een (vóór-) laatste poging in hotel 'De La Tour' in ‘Chambon’. Murphy zat bij in de wagen. De receptie van een verjaardagsfeest was in volle gang. Enige verlegenheid weerhield ons om ons toch maar tussen de gasten te begeven en zo naar de receptie te laveren. Hulp werd ons geboden door de patron van het hotel die vond dat het hem steeds de grootste voldoening schonk voor Belgen te mogen werken. Allé jong, wat drinkt ge voor mij. Hij kon ons nog een slaatje klaarmaken (wat in de gegeven omstandigheden méér dan welkom was). Dat slaatje was ondertussen uitgegroeid tot een enigszins volwassen 'Salade Niçoise' gevolgd door parelhoen met spinazie een overheerlijke aardappelgratin. Of er nog dessert moest zijn? ...neen, dank...de weg was nog lang. En als ik zeg dat de weg lang was is dat zeker geen boutade. Het ene dorpje al mooier dan het vorige, omzoomd met de obligate platanen, volgden mekaar op. Even voorbij 'Mende' even langs de weg gestopt, de GSM (wat een uitvinding wanner men het nodig heeft) genomen en een seintje naar 'Aurelle-Verlac' gebeld..."Wij komen".

Een heel eenvoudige maaltijd, gewoon een entreetje van de streek gevolgd door een overheerlijke gebakken forel uit de 'Olt' geserveerd met klevende rijst. Mensen, wat kan eenvoud en eerlijkheid groots zijn. Een verkwikkende nachtrust en een, met weinig poeha vergezeld, ontbijt waren voldoende om de weg verder te zetten. Opnieuw zouden ons méér dan 400 kilometers voor de wielen geschoven worden. Speciaal maakten we een grote lus over het plateau van 'Aubrac', waar we geconfronteerd werden met de angstaanjagende stilte van de natuur, met de angst van de (jonge) landbouwers voor de explosie van toeristische activiteiten, kortom met alle mogelijke angst voor alles wat de eeuwenoude rust in dit land zou kunnen verstoren.

De mooiste plekjes van de 'Aveyron', de 'Tarn', de 'Causes', de 'Cantal' , de mooiste steden zoals 'Rodez’, en 'Albi' werden ons niet onthouden. Een duik zuidwaarts, naar de Pyreneeën bracht ons naar Tarbes, een twintigtal kilometer ten noorden van 'Lourdes'. Ons logement voor vandaag lag in 'Loubajac' en dit leek wel de beste ervaring te worden. Dit voorgevoel werd een waarheid. Bij onze aankomst stelden we, om 18:00 uur, een temperatuur van 22° Celsius vast (echt lenteweer). Met 10 gingen we om 20:00 uur aan tafel en met 10 gingen wen nà 23 van tafel. Jean-Marc en Nadine (de eigenaar-uitbaters, twee Elzassers, twee Bretoenen en vier Belgen ontweken de cultuurslag niet. Kortom de wereld werd effe gereorganiseerd en op zijne kop gezet. Het feit dat we samen met zijn tienen aan tafel zaten en allen dezelfde ideeën koesterden over milieu, natuur, verdeling van het wereldpatrimonium, de wereldvrede, smaakte haast beter dan de geserveerde gerechten ('Garbure', kip met een soort van koolhutsepot, Pyreneeënkaas, salade, gebak met koffie) waar ik later zeker ga op terug komen.

Beste vrienden, ik zal proberen er morgen terug te zijn. Als ik, er Niet ben, wees niet ongerust...'I will be there the day after to morrow' of zoals ze hier zeggen...'Si Dieu le veut'.

PS - Mensen, wat is er nog véél te vertellen.

 

LOURDES

Voilà, we zijn er terug.

Gisteren heb ik jullie geen bericht gelaten. Het was zeer moeilijk om in dit afgelegen dorp een telefonische (GSM) verbinding te maken én te behouden. Regelmatig werd de connectie plots onderbroken (dit was ook de reden dat ik met mijn vorige massage geef foto's heb kunnen doorgeven. Op hoop van zeggen dan maar.

De temperaturen hier in Lourdes blijven schommelen rond de 21° en 24° Celsius (en zonnig).

Eergisteren (Maandag) al onze plichtplegingen in Lourdes gedaan. Het bedevaartsoord lag er heel rustig bij, absoluut niet het hectisch gedoe van de mei- en zomermaanden. Hierdoor werden we niet al te zeer geconfronteerd met het pijnlijke leed van vele mensen (alhoewel...deze confrontatie kan deel uit maken van een bepaald zuiveringsproces). Kortom we hebben gedaan wat we ons voorgenomen hadden te doen (wat we onszelf hadden opgelegd en wat andere mensen ons hadden gevraagd te doen).

Tijdens het middagmaal in een lokale bistro in Lourdes kennis gemaakt met een Portugese autocarchauffeur. Hij moest met een groep Amerikaanse-Polen terug naar Parijs (via Cognac, Bordeaux, Saint-Emilion, Poitiers, enz). De jongeman had absoluut geen enkele informatie en werd volledig aan zijn lot overgelaten. Ik voelde me nuttig door hem de beste, toeristische, routes te geven en te beschrijven. Op die manier hadden we een gezellige babbel, over de grenzen heen.

Gisteren, dinsdag, een toeristische uitstap naar de 'Pont d'Espagne' gemaakt. Ongerepte, brute en desolate natuur (+ geen toeristen). Volledig conform de natuurwetten daalt de temperatuur zienderogen naar een tiental graden (we zitten hier tenslotte op een kleine 1.700 meter boven de zeespiegel). Blijkbaar is dit gedeelte van het nationaal Park terug bevolkt met een twaalftal bruine beren. Een grote geruststelling voor iedereen die een beetje met de natuur bezig is.

'A Nousta', ons logement in Loubajac (Lourdes) is fantastisch, elke avond een uitgebreide maaltijd met alle bewoners (inclusief de eigenaars Jean-Marc, Nadine en hun zoontjes Leopold en Maxime).

 

 

AQUITAINE

Met pijn in het hart en in een gutsende regen hebben we vanmorgen (woensdag) afscheid van iedereen genomen en onze tocht noordwaarts ingezet ('Pont d'Espagne', gelegen ten zuiden van 'Les Cauterets' was ons meest zuidelijk gelegen punt).

Na ongeveer 200 kilometer gereden te hebben klaarde de hemel open en konden we rustig onze weg naar 'La Rochelle' verder zetten. Een schitterend avondzon gaf ons nog de kans een paar mooie foto's van deze eeuwenoude havenstad te maken.

Morgenvroeg trekken we verder naar de regio van de 'Mont Saint-Michel', namelijk naar het dorpje 'Saint Jean-le-Thomas' waar we twee nachten verblijven om ruimschoots de tijd te hebben dieper in de geschiedenis van de befaamde abdij-heuvel te graven.

Ik zal proberen om jullie nà het weekend meer informatie door te geven. In ieder geval...à bientôt.

 

TUSSEN BRETAGNE EN NORMANDIË

Normaal zou ik van hier uit een goede verbinding moeten hebben.

Aangezien het morgen vrijdag is probeer ik jullie toch een beetje info door te spelen en heb ik een beetje respijt om mijn volgend bericht volgende zondag (vanuit Dieppe) door te seinen.

Andermaal zijn we vandaag met een gutsende regen vertrokken. De meteo van noch Aquitaine, noch de Vendée, noch Bretagne, noch Normandië voorspelden veel goeds. En toch, na ongeveer anderhalf uur bollen, kan mijn grote mond mij niet weerhouden om met enige profetische grootspraak te verkondigen: 'Ik verzeker jullie dat we nà de middag geen regen meer zullen zien...meer nog een beetje zon zal er zijn'. Had den dezen geen gelijk zeker...prachtig werd het. Ik hoop dat dezelfde weergoden mij ook volgende week niet in de steek zullen laten.

Vandaag werden we geconfronteerd met een eerste file. Werken in 'Nantes' blokkeerden ons voor enkele watturen (hoeveel doet er niet toe...we zijn onderweg). Een drama is dat geenszins na 13 halve dagen en 2.300 kilometer Frankrijk doorkruizen is dit wel een meevaller.

Dus zoals ik reeds zei kwamen we in Bretagne...of is het Normandië toe, vergezeld van een stralende zon. Waarom twijfel ik tussen Bretagne en/of Normandië? Wel NIEMAND hier in de streek komt heelhuids uit deze patstelling (Ooit was het één continent. 'Bretagne' en 'Groot-Brittannië'. What's the difference?).

Zowel de Bretoenen als de Normandiërs claimen alle rechten op eigendom van de 'Mont Saint Michel'.

Wij logeren in de le ‘Château des Hauts’ in ‘Saint-Jean-le-Thomas’. Onze logies zijn een openbaring. We logeren in een klein kasteel, gebouwd in het begin van de 19de eeuw. Dit gebouw werd tijdens de tweede wereldoorlog bezet door de Duitsers die de wijn uit de kelders haalden en daarmee de dames in de kamers vulden (van enige decadente dromen gesproken en...'une fois n'est pas coutume'). Straffe mannen waren het, het salon stormden ze met hun met ijzer beslagen paarden binnen, gensters uit de vloer en vonken uit de deernen slaand. Enfin soît, het kon allemaal niet blijven duren en na de ontscheping in Normandië trok de toekomstige president en toenmalig opperbevelhebber van de geallieerde troepen in dit gebouw. Van hieruit telde hij zijn doden en likte zijn wonden (want wees gerust die waren er).

Op de stafkaarten die als bebloede lakens op de immense biljarttafel gedrapeerd lagen veegde 'IKE' als een volleerd leider met zijn duim alle denkbeeldige fronten. Blijkbaar kunnen we ervan uitgaan dat hier nadien ook nog ettelijke gensters, vonken en nog veelmeer van dit soort geslagen zijn...maar die werden met de mantel der liefde (sic) bedekt.

De eigenaar van dit prachtig gebouw schenkt ons - bij het open vuur - een Calvados van een legendarische (ongeveer 55% Vol.) uit en vertelt mijmerend over de bouwers van dit kasteel, hun inspiraties, hun gedrevenheid en hun hang naar (overbodige) luxe.

Mijmerend blijf ik in de haard staren, likkende vlammen doen hun invloed gelden. Niets of niemand telt nog op dit moment...

tot de stem van Denise mij naar de twintigste eeuw roept met de voor haar legendarische woorden...'Hé, grote, gingt gij vandaag geen verslagske maken?'…Wat met deze is gebeurd.

Diezelfde avond na het avondeten (wat klinkt dit woord ouderwets en hoe betekenisvol is het wel) luister ik naar gedownloade muziek op mijn laptop. Mijmerend neem ik mijn nota’s door en luister ik naar 'l'Ame des Poetes' van Juliette Greco en ik kan jullie verzekeren...haar woorden blijven nazinderen. Adieu Mont Saint Michel, tot ziens mystieke rots.

 

NORMANDIË

Het is vrijdag en hier zijn we terug.

Na een korte maar verkwikkende nachtrust was het de bedoeling zo vlug mogelijk betrokken te worden bij het fenomeen 'Mont Saint Michel'. Gelukkig werden we, gezien de periode van het jaar, niet overstelpt door "DE" massa. Toch valt het op dat 85% van de bezoekers aan dit bouwwerk hier enkel rondlopen, ongeïnteresseerd voor het architecturale en historische, op zoek naar het eerste beste etablissement dat hen kan voorzien van drank, voedsel en souvenirs. Mont Quoi?

Maar ons kan het zeker niet onberoerd laten, zeker als het silhouet van de abdijberg in de ochtendmist stilaan opdaagt.. Het mysterieuze dat dit hele complex uitstraalt is verpletterend. Het geheim van steen en zilte wasem lijkt ons te vernederen. In 709 werd een kapel gebouwd op een berg (op het vasteland). Mocht een enorme vloedgolf niet een uitgestrekt gedeelte van het vasteland weggespoeld hebben zou deze, respectievelijk, kapel, kerk, abdij zich nog steeds op dezelfde berg, 'Mont Tombe' bevinden. De geschiedenis van deze unieke plek is te groots, ingewikkeld en te lang om in een paar zinnen duidelijk te maken. Graag zou ik er later verder in detail willen treden en dieper uitspitten. Ondertussen weten we al dat de 'Mont' wel degelijk op Normandisch grondgebied ligt. Twee enorme vlaggen, met telkens twee gouden liggende leeuwen op een achtergrond van keel (=rood in de heraldiek) wapperen aan de toegangspoort tot de abdijberg. Dus onmiskenbaar Normandië.

Op de terugweg even gestopt om een kleine lunch, bestaande uit een 'Galette Campagnarde' met een smakelijke, ambachtelijk gemaakte cider.

Enkele kilometers verder ontmoetten we op een kleine landweg, doorheen een klein dorpje, 'Céaux', Raymond en Paulette Desclos. Kleine gepensioneerde landbouwers brouwen de cider, maken de 'Pommeau' (een lekkere smakelijk-zoet aperitief) en distilleren de 'Calvados'. Na het degusteren van deze heerlijkheden (wat zeker niet in de grootwarenhuizen te vinden is) was het onmogelijk aan de verlokking te weerstaan. Inderdaad, in de wagen ligt dus een fles van dit goddelijke appeldigestief.

Raymond en Paulette nemen, na een uitgebreide babbel en uitwisselen van allerlei levenswijsheden, enigszins ontroerd afscheid. Wat kan eenvoud tegelijkertijd schitterend groots en toch zo menselijk zijn.

Verder wringt de 'Chemin de la Baie' zich een kronkelweg langsheen de heuvelachtige oevers van de baai van de 'Mont'. Het is verbazend hoe enorm de gelijkenis met Groot-Brittannië steeds opvalt. Zowel in gebouwen, namen van steden, dorpen en gehuchten, als in het taalgebruik en zelfs het culinaire. Kijken we maar de subtropische plantengroei die te danken is aan de golfstroom, die ook verantwoordelijk is voor het milde klimaat van de Kanaaleilanden, Jersey en Guernsey. Hier in de baai vinden we mimosa, eucalyptus, vijgen en vele andere planten. Het ‘ Château des Hauts', waar we logeerden, gaat er prat op het hele jaar door omgeven te zijn door een prachtige park vol tuinbloeiers. Dit was zeker niet overdreven.

 

DIEPPE – DE ULTIEME BESTEMMING

We zijn we dan terug. Sneller dan ik zelf had durven verhopen.

Blijkbaar werd gans Europa door een stormachtig noodweer getroffen. De 'Pont de Normandië' die beide Seineoevers in 'Le Havre' verbindt en die we zaterdag laatst leden overgereden hebben was voor alle vrachtwagens, autobussen respectievelijk -cars, caravans, fietsers en voetgangers verboden. Hier in Dieppe werden we met onze neus op de winderige feiten gedrukt. Voor de ferry, het 'MS DIEPPE' van 'Transmanche', was het onmogelijk de haven richting 'Newhaven' uit te varen.

Transmanche beschikt over twee ferryschepen, de bovenvermelde 'Dieppe' en de 'Sardinia Vera'. Eén van beide schepen zou destijds eigendom geweest zijn van 'STENA LINE', die deze lijn een tweetal jaar zou uitgebaat hebben (ik ga hier zeker werk van maken om dit verder uit te zoeken). Dat het noodweer hier lelijk huis hield zullen we geweten hebben. Om foto's te nemen was ik verplicht wijdbeens en met mijn bovenlijf steun zoekend tegen een muur om zo eventueel een enigszins geslaagde opname te maken. Elegante houdingen waren ver te zoeken (en niet alleen bij mij). 'Skeelers' rolden aan enorme snelheden langs de dijk (uiteraard wel met de windrichting mee).

Dat reizen niet altijd amusement is hebben we vanmorgen ook aan de lijve ondervonden. Om klokslag 8 uur kregen we, op de vaste telefoon in de hotelkamer, een belletje van de receptie. De politie was hen komen meedelen dat een ruit van een Belgische Ford was ingeslagen. Jullie kunnen het raden...uiteraard ging het over ONZE wagen. Van de paar, kleine spullen die we achtergelaten hadden was niets gestolen. Meer zelf, het was geen inbraak of vandalisme maar gewoon 'Bad Luck'. De stormwind had gewoon de ruit uit de wagen 'gezogen' aangezien alle restanten niet IN maar BUITEN de wagen lagen. Al bij al een kleine domper op onze ervaringen en waren we een tijdje zoet met allerlei plichtplegingen en telefoontjes (Politie, Carglass, verzekeringsmaatschappen, enz...).

Tweemaal in de week wordt de enorme ophaalbrug geopend. Vandaag was dit om halfdrie in de namiddag. Bij die gelegenheid koos een hele vloot (veertig, misschien vijftig) kleine en middelgrote vissersboten vanuit het 'Bassin Duquesne’ het zeegat. Voor drie dagen vertrokken ze op visvangst. Deze (kleine) vissers prefereren een korte visvangst om zeker hun bevolking van vers materiaal te voorzien. Ze verkiezen hun vangst persoonlijk aan de lokale bevolking te verkopen. Liever dan aan grote opkoopbedrijven te verkopen aan een, naar Europese normen, hongerloon. Een groot deel van de bevolking staat deze sliert schepen uit te wuiven. Oudere mensen, actieve bevolking, jeugd, neringdoeners, ouders met kinderen en tenslotte nog wij, de toeristen. Op het voorplecht van één van deze bootjes staat een man van een vijfendertig jaar. Zijn echtgenote (in verwachting) en hun zoontje wuiven hem uit. Hij strekt zijn armen 45° naar beneden, zijn handpalmen naar voor als in een gebaar van volledige overgave. Inderdaad is dit een cliché, maar is niet elk cliché een groter cliché? Het is waar, de zee geeft en neemt en de 'Vis wordt duur betaald' (Hermans).

Aan de oostelijke zijde van de havengeul ligt het gehucht 'Pollet', reeds eeuwen een armtierige buurt van vissers. Sommigen van hen leefden zelfs in holen uitgehouwen in de falaises. Een kleine herberg met als naam 'Mieux ici qu'en face' heeft zijn rolluiken neergelaten. Waar is de herbergier? Naar de overkant van de rivier of naar het echte 'En Face'. Hopelijk weet hij nu of de naam van zijn afspanning wel de correcte was.

Boven op de falaise vinden we de kleine kapel van 'Notre Dame de Bonsecours'. Hier een kapel vol met kleine platen met afbeeldingen van vissers die nooit hun haven hebben teruggevonden. Vermist, verdwenen, verdronken, spoorloos

Zeker nu in de periode van Allerheiligen komen vrouwen de zielen van hun vaders, mannen en zonen groeten. Ze branden een kaars en bidden in stilte. Een gebed van gedachten. Zij hebben niets concreets om te komen begroeten. Uit schroom laten we een vrouw bij de foto van haar geliefde achter en gaan mistroostig naar de zee beneden ons staren. In de verte verschijnt de 'Sardinia Vera' met zijn passagiers, auto's en vrachtwagens. Tezelfdertijd bedenken wij hoeveel mensen op hetzelfde ogenblik op zee vertoeven en die toch telkens, net zoals de 'Sardinia Vera' een veilige thuishaven vinden.

Deze confrontatie met de harde feiten van de zee maakt van ons gelukkige mensen. Het was een prachtige dag...Nooit vergeten.

Vandaag hebben we ons verblijf aan de Normandische kust afgesloten met een typische plaatselijke maaltijd afgesloten. In de 'Mouëte à Vélo' een klein, familiaal restaurantje op de Quai Henri IV (aan de kade op de westelijke havengeul) smaakten we een overheerlijke 'Galette'. Uiteraard proefden we vooraf een lekker, plaatselijk aperitief samengesteld uit een 'crème de Cassis' aangelengd met een 'Cidre de ferme' een beetje te vergelijken met een 'Kir' maar dan eerlijker en zuiverder (deze mening is puur subjectief).

Een 'Galette' is een ongezoete pannenkoek die gevuld wordt met alles wat de aarde en/of de zee maar te bieden heeft. Deze pannenkoeken hebben allen hun eigen naam en vulling maar niets belet de gast zijn eigen vulsel samen te stellen. Zo ben ik persoonlijk gevonden voor de heerlijke combinatie van ham, kaas, paddenstoelen, tomaten, ui en room. Dit alles werd overgoten door een 'Cidre de ferme', een frisse, schuimende, parelende en vooral niet 'straffe' appelwijn, amper 4,5 % Vol (echt niet méér dan een gewoon pilsje).

Aangezien de hevige winden van de voorbije dagen geluwd waren konden we een rustige nacht tegemoet zien en morgen onze reis naar Rouen verder zetten.

 

ROUEN

Onze drie laatste nachten verblijven we in deze belangrijke stad van Normandië. Hier is voldoende te zien en te beleven om ons de volgende dagen leerrijk bezig te houden. Wandelend van ons hotel (Mercure) zijn we in een paar minuten aan de 'Parvis' van de kathedraal. Over deze kathedraal zijn boeken te schrijven, zijn al geschreven. Maar toch ben ik verplicht een paar gegevens over dit uitzonderlijk bouwwerk te geven en niet alleen architectonisch, historisch en anekdotisch, maar ook artistiek (zie verder Claude Monet).

Zo vernemen we dat de bouwwerken aanvang namen in 1144 en het in het begin van de 16de eeuw werd afgewerkt. Persoonlijk hou ik niet zoveel van deze kathedraal omdat het een echte smeltkroes van diverse bouwstijlen is. Aan de Noordelijke kant hebben we de 'Saint-Romain' toren. Dit is de kathedraal in haar prille beginfase, de zuiverste vorm van Romaanse architectuur. Later wordt de toren verhoogd met meer elementen die perfect pasten aan de toen gangbare normen. We worden getroffen door de Zuidelijke toren die een opmerkelijke gelijkenis vertoont met het belfort van Brugge. Ons valt zeker de centrale 'Lantaarntoren' op omdat die in de loop van de 19de eeuw met een gietijzeren spits 'gekroond' werd. Deze spits is zo eigen aan deze kathedraal en zo materiaal vreemd dat ze voor verdeelde meningen zorgt bij voor- en tegenstanders, bij specialisten en leken. Kortom, het is 'La tour de la Lanterne'. We wandelen binnen en worden overweldigd door een uitzonderlijke soberheid van monochrome grijze tinten van de steen uit de streek. Enkel het flakkeren van kaarsen in de zijkapellen geven enig warmte gevoel in deze devote kilte. Binnen de kathedraal, in het zuidoosten van de lantaarntoren vinden we kapel van 'Jeanne d'Arc', de 'Maagd van Orlèans'. We wandelen verder langs de 'Rue de la Grosse Horloge' naar de 'Vieux marché'. De geest van Jeanne d'Arc is nooit ver weg. Op deze plaats stierf zij op 30 mei 1431 op de brandstapel (hierover morgen graag meer). Meer oostelijk moeten we zeker de tijd nemen om de 'Musée des Beaux-Arts', met een groot aantal impressionisten, te bezoeken.

Het lag absoluut niet in mijn bedoeling nog méér dan een bericht te sturen, maar zoals jullie kunnen vaststellen is het voor mij onmogelijk zomaar dit relaas abrupt af te breken. Dus morgen of overmorgen komt mijn laatste relaas. Het was een zware dag...nog even een frisse neus halen en dodo.

Ik verheug er mij op om, eindelijk nà alles wat we in school hadden geleerd en helaas vergeten, terug op te rakelen en hopelijk daarna niet meer te vergeten.

Vandaag hadden we ook voorgenomen het kunst-historische gebeuren van deze stad onder de loep te nemen. Vooreerst trekken we via de 'Rue Jeanne D'Arc' noordwaarts op en bezoeken we 'Le Musée des Beaux-Arts' waar onze aandacht voornamelijk uitgaat naar de collectie impressionisten en voornamelijk naar de werken van Claude Monet. Tussen 1892 en 1893 maakte deze impressionist niet minder dan 30 schilderijen van de kathedraal (voornamelijk de 'Tour Saint-Romain', de drie portalen en een gedeelte van de 'Tour du Beurre'). Hij maakte ze praktisch steeds uit dezelfde gezichtshoek. Het aantal werken van Monet is niet groot (de meeste van zijn werken hangen ten toon in de 'Gare d'Orsey', in Parijs). Die schilderijen die er hangen zijn dan ook zeker de moeite waard. Een niet onbelangrijke reeks werken van Alfred Sisley, Auguste Renoir, Camille Pissaro, Modigliani, enz, verdienen en méér dan terloopse aandacht.

Eén werk in het geheel trok mijn volledige aandacht. Ik werd er als het ware door aangetrokken. Het was van een zo verbijsterende schoonheid en eenvoud dat het me volledig verlamde. Alfred Agache (1843-1915) schilderde een dame in een lang, zwart kleed, staande op witte, plaasteren marmeren treden en een rode achtergrond.

Gesloten ogen en opgeheven, naar links gerichte, kin maakten niet duidelijk wat haar gemoedstoestand was. Het leek wat op mijmerend misprijzen. In haar linkerhand had ze een rode papaver uit een aarden kruik aan haar rechtervoet. Links van haar op de onderste traptrede lagen nog een paar papavers. Haar rechterhand, die naast haar lichaam gestrekt was, droeg ze een toneelmasker. In de linkerhoek van het doek was een soort gouden tekening geschilderd, het had iets van een gevleugelde adelaar en Egyptische hiërogliefen. Het doek was vrij groot (280 op 169 centimeter) en droeg als titel 'Enigme'...hier moet ik meer over weten.

Ietwat beduusd en stil nagenietend over al dit aangrijpend moois trokken we terug de binnenstad in voor een kleine 'déjeuner'. Iets verderop zat een jonge moeder van twee kinderen (ongeveer 8 à 10 jaar). Na hun maaltijd vroeg ze ons, met enige verlegenheid of we Belgen waren. Zijzelf was van Kuurne (West-Vlaanderen) afkomstig en woonde al vier jaar met haar echtgenoot, dierenarts, in de regio. Zijn ‘roots’ lagen echter in Frankrijk want zijn grootouders waren naar Vlaanderen geëmigreerde Normandiërs. Zo zie je maar...Zo zie je maar wat uitwijken en in- en emigreren kan betekenen. Het gaf de dame blijkbaar wel genoegdoening om een beetje met (gewezen) landgenoten in haar moedertaal te kunnen praten. En zoals het in onze aard ligt hebben we daar gretig aan meegedaan.

 

LA PUCELLE

Morgen Allerheiligen…dus daarom nu mijn rappigheid. Ik ben er zeker van dat ik verschillende zaken zal vergeten, maar wees gerust ik zal dit later wel mondeling bijbenen. Jullie geloven mij toch? In feite kan ik nu een beetje van een rechtzittende rust (geen platte rust) genieten en een beetje tijd vanavond inwinnen.

Waarom het levensverhaal van 'La Pucelle' zo boeiend is blijft me nog steeds een raadsel. Wat maakten de activiteiten van een jong meisje van amper 19 jaar, in de middeleeuwen, zo bijzonder dat zij tot op vandaag miljoenen mensen blijft intrigeren en bezighouden. Ik ga hier later zeker op terug komen (TE belangrijk), dus daarom nu enkel de feiten en het waarom.

Vooreerst is 'une Pucelle' het middeleeuwse woord voor 'Maagd', wat ze tot haar dood gebleven is. Geboren in Domrémy (Loraine) in 1412. Op dertienjarige leeftijd hoorde ze 'Stemmen' die haar opriepen de Engelse bezetter (we spreken over de 100 jarige oorlog) uit Frankrijk te verdrijven en de 'Dauphin Charles VII' in Reims terug tot de koning van heel Frankrijk te laten kronen.

Als ze 16 jaar is neemt ze een beslissing en volgt ze 'haar' stemmen en één jaar later krijgt ze een paard, wapenuitrusting en haar vaandel en trekt met haar 'compagnons' op weg om Orlèans (vandaar de naam van 'De Maagd van Orlèans') van de bezetter te bevrijden. In 2 dagen lukt haar dat en Charles VII wordt plechtig tot koning gekroond. De 'Bourguignons', die met de vijand heulden namen haar in Compiègne gevangen en door politieke intriges kon Jeanne in Rouen, door toedoen van de bisschop Cauchon voor ketterij tot de brandstapel veroordeeld worden. Op haar negentiende stierf ze, op de 'place du Vieux Marché' een vreselijke dood. Haar as werd, om het maken van relikwieën te vermijden, in de Seine gestrooid. Vijfentwintig jaar later werd ze in ere hersteld. De kerk verklaarde haar in 1909 Zalig en in 1920 Heilig. Het Franse Parlement maakt van haar feestdag een 'Nationale' feestdag. Sindsdien is 'Jehanne' de patroonheilige van Frankrijk. Tot zover dit tot de verbeelding sprekend verhaal, 19 jaar oud.

Toch heb ik mij eigen ideeën over deze feiten. Het was niet de eerste, noch de laatste keer dat 'God' gesmeekt werd tussenbeide te komen in gewapende conflicten. Of heeft God tegenwoordig andere synoniemen...Vrije Markteconomie bijvoorbeeld.

Toch wil ik eindigen met de woorden van de onvervalste 'Niet-Gelovige' André Malraux, schrijver en Socialistisch Minister van Cultuur:

‘Ô JEANNE, SANS SEPULCRE ET SANS VISAGE TOI QUI SAVAIS QUE LE TOMBEAU DES HEROS EST LE COEUR DES VIVANTS’

Beste vrienden, tot zover mijn relaas.

Ik hoop dat ik jullie een beetje hebben kunnen laten meegenieten. Ergens ben ik blij jullie allemaal maandag, 'Sain et sauf', terug te vinden.

Ik ben blij...en niet allen ik.